Een geschikte wei

Een geschikte wei

Voor veel paardeneigenaren is de wei een lastig onderwerp. De meningen over wat een goede wei is lopen uiteen net als over de verschillende manieren van beheren en begrazen.

Wanneer je met je paarden bij iemand gestald staat heb je vaak weinig tot geen invloed op het weidebeheer. Bij pensionstallen worden de weides vaak als uitbreiding van de beweegruimte gezien waar paarden sociaal contact kunnen hebben en nog een beetje kunnen knabbelen. De wei wordt daar niet zo zeer als bron van voeding gezien. Daar is het beheer van de wei dan ook op gericht, een dichte grasmat zonder onkruid is hier gewenst. Om het gras snel te laten groeien wordt er gebruik gemaakt van drijfmest en kunstmest. Helaas kunnen hier alleen grassen tegen die niet geschikt zijn voor paarden. Dit zijn grassoorten met hoge voedingswaarde (eiwitrijk), een hoge opbrengst en geschikt voor intensief maaien en beweiden. Bij deze grassen moet je onder andere denken aan engels raaigras (Lolium perenne). Het grote nadeel hiervan is dat de weides een lage biodiversiteit hebben. Wanneer je je wei ook als bron van voeding wil gebruiken is een grote diversiteit aan planten wenselijk. Naast grassen, die voornamelijk voor vezels zorgen in het dieet, zijn kruiden ook gewenst omdat deze vol zitten met vitamines en mineralen.
Helaas heb ook ik ervaring opgedaan met weides die alleen bestaan uit engels raaigras. Noah en Hanna konden er inderdaad niet tegen en werden allebei hoefbevangen.

Ook kort afgegraasde weides door strookbegrazing zijn niet geschikt. Met name Hanna had hier problemen mee, dit uitte zich in jeuk met het afschuren van de manen en staart tot gevolg.

Wanneer je een wei hebt die voor het overgrote deel uit engels raaigras bestaat is het altijd mogelijk om deze om te vormen naar een weide die wel geschikt is voor paarden. Engels raaigras is een grassoort die van veel bemesting (stikstof) en intensief maaien houdt. Wanneer je hier dus veranderingen in aanbrengt zal de wei mee veranderen, grassen die van veel bemesting houden verdwijnen uiteindelijk als je daarmee stopt.

Er zijn twee manieren om een verandering in vegetatie te bewerkstelligen. Vaak wordt gedacht dat het omploegen van een bestaande weide en dan opnieuw inzaaien de voorkeur heeft. Het grote nadeel hiervan is dat de bodem verstoord wordt terwijl deze juist zoveel mogelijk met rust gelaten moet worden. De bovenste laag wordt omgekeerd als het ware, het bodemleven wat onder de grond leeft komt ineens bovenop te liggen waar ze niet tegen kunnen en afsterven. De andere manier is dus het stoppen met bemesten oftewel het verschralen van de bodem. In de praktijk betekent dit het maaien en vervolgens afvoeren van het gras. Wat ook kan is begrazing en steeds de mest verwijderen. Op welk moment van het jaar het maaien of begrazen gebeurt is bepalend voor wat er terug groeit. Dit heeft te maken met de verschillende groei- en bloeitijden van grassen en kruiden. Blijkt er na een aantal jaren geen veranderingen in samenstelling van de grassoorten meer op te treden dan is het een idee om een bodemonderzoek te laten doen om te kunnen zien welke mineralen er ontbreken zodat deze kunnen worden aangevuld. Dit geldt overigens ook voor de zuurgraad, wanneer de pH te laag is kan er met kalk gewerkt worden om de pH om hoog te brengen.

Stikstof is in verband met de huidige nadruk op uitstootwaardes een actueel thema. In de meeste kunstmeststoffen zit stikstof (nitraatstikstof en ammoniakstikstof). Al zit er in paardenmest in verhouding het minste stikstof van dierlijke mest toch willen we onze weides verschralen zodat de soorten aan planten kunnen toenemen. Dit kunnen we zelf actief doen door het wegnemen van plantmateriaal in de vorm van maaisel of mest. Maar we hebben ook nog te maken met het neerslaan van ammoniak en stikstofoxiden, de zogenaamde stikstofdepositie. Wanneer er veel brandnetels, vlieren en bramen groeien is dit een indicatie van veel stikstof in de bodem en een lage pH.

Hoe de weide er uiteindelijk uit gaat zien en welke planten er gaan groeien, heeft ook te maken met de grondsoort en het vochtgehalte. Elke plant heeft namelijk andere behoeften. Deze factoren zijn belangrijk om rekening mee te houden wanneer je een bestaande wei zou willen doorzaaien. Dit zou de oorzaak kunnen zijn waarom gezaaide kruiden niet opkomen. Het is dan niet per se zo dat de zaden niet goed zijn maar dan kunnen de omstandigheden voor die specifieke plant niet juist zijn.

Toen wij in 2016 op onze huidige wei kwamen hadden we geluk dat deze nog niet veel begraasd was dat jaar en in het verleden ook niet veel bemest. De wei was 8000 m2 groot, mooi ruim voor 2 paarden. Dit is ook niet geheel onbelangrijk want meer paarden leidt tot overbegrazing wat een grote rol speelt bij verarming aan plantensoorten. Ideaal zou 1 ha per paard zijn. Maar deze wei volstond aardig voor Noah en Hanna omdat we door middel van een track de tijd dat ze op de wei stonden konden regelen. De totale oppervlakte was verdeeld in 3 stukken. Een kleine wei voor het voorjaar, een grote wei om het gras door te laten schieten in zaad zodat ze hier vanaf eind juli konden grazen en een derde wei voor wanneer de grote wei en kleine wei kaal waren. Dit was meer een scharrelwei, met een heuvel en bramen. In de winter lieten we ze vooral op de grote en middel grote wei zodat de kleine wei genoeg tijd had om te herstellen voor het voorjaar. Van alle weides haalden we de mest weg en het resultaat was een grote variatie in grassen en kruiden, al binnen twee jaar. Ook kozen we ervoor om geen strookbegrazing toe te passen omdat het afgegraasde stuk dan te kort wordt waardoor herstel van de wei veel langer duurt en ook plantensoorten kunnen verdwijnen. Bovendien stimuleert hoog gras het natuurlijk graasgedrag en dat het uitmesten hierdoor iets lastiger werd namen we voor lief.
Einde van de zomer in 2018 werd de wei verkocht maar gelukkig mochten we blijven op deze prachtige plek. Het weidebeheer werd wel anders en er kwamen ook meer paarden bij. Om Noah en Hanna toch een gevarieerd dieet aan te kunnen bieden ben ik nog meer met ze gaan wandelen zodat ze in het bos toch de benodigde soorten planten kunnen vinden.

De belangrijkste punten om in een wei meer variatie te krijgen zijn dus maaien op het juiste moment, niet of zeer beperkt bemesten en niet overbegrazen zodat een kruidenrijke wei zich met de tijd kan ontwikkelen. Wanneer je geen inspraak hebt in het beheer zul je buiten de wei opzoek moeten gaan naar meer variatie in het dieet van je paard.

Bronnen:
www.rivm.nl › stikstof
www.biomaatschappij.nl/artikel/de-sluipende-effecten-van-stikstofdepositie-op-de-natuur/
www.bio-ron.com/producten/bodembeheer-weidebeheer/bodemweidebeheerinfo.html
www.natuurpunt.be/nieuws/waarom-het-stikstofprobleem-niet-onderbelicht-mag-blijven

Stikstof, planten en vlinders
Michiel Wallis de Vries, Roy van Grunsven en Chris van Swaay
De Vlinderstichting

Is natuurgras geschikt voor paarden?
I.E. Hoving, G. Holshof, L. van Raamsdonk (Rikilt) en I. Vermeij
Wageningen UR Livestock Research

Natuurlijke graslanden in particulier natuurbeheer
Groenloket Overijssel

Natuurgericht maaien van gras-kruiden vegetaties
Frans van Alebeek (Wageningen UR – PPO-AGV, juni 2012

Veldgids ontwikkelen van kruidenrijk grasland, Wim Schippers
Aardewerk Advies

Ecologisch groenbeheer in de praktijk, IPC groene ruimte, Arnhem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *