Evolutie zonder mineralenbrokken

Evolutie zonder mineralenbrokken

De vraag wel of niet een mineralenbrok voeren houdt mij al langer bezig.

In mijn notitie ‘Een paard weet wat het eet’ vertel ik dat paarden heel goed instaat zijn om in te schatten wat ze nodig hebben. Omdat ik toch veel mensen hoor over het bijvoeren met mineralenbrokken ben ik nog wat zaken gaan uitzoeken.

Het voeren van een mineralenbrok roept bij mij meer vragen op dan antwoorden. Hoe kan ons huispaard bestaan terwijl zijn voorouders geen mineralenbrok kregen? Hoeveel variatie had de voeding van zijn voorouders eigenlijk? En op welk vlak verschilt ons huispaard van zijn voorouders waardoor hij niet op hetzelfde zou kunnen leven?

Het geheim van goede voeding voor paarden zit hem denk ik in de variatie. Variatie op het gebied van ruwvoer. Zoals gras, hooi, kruiden, takken, bladeren en zaden.

Ik heb voor een aantal planten nagekeken welke mineralen er in voorkomen. Deze 4 zijn algemeen voorkomend en zoals je kan zien rijk aan mineralen.

Grote brandnetel (Urtica dioica): ijzer, silicium, calcium, boron, natrium, koper magnesium, zink, zwavel, mangaan, chroom.

Smalle weegbree (Plantago lanceolata): kalium, zink, calcium, zwavel, silicium, ijzer, mangaan.

Paardenbloem (Taraxacum officinalis): ijzer, calcium, magnesium, mangaan, natrium, zwavel, silicium, fosfor, koper.

Gewoon duizendblad (Achillea millefolium): kalium, calcium, fosfor, chroom, cobalt, ijzer, magnesium, mangaan, selenium, silicium, natrium, tin en zink.

Een kant en klare brok lijkt soms ideaal maar naar mijn idee is ook het spijsverteringssysteem van een paard daar niet op ingesteld. Ook niet in kleine hoeveelheden. Want zijn deze mineralen in een brok even goed opneembaar als direct uit de plant? Heeft een plant niet een bepaalde werking en opneembaarheid omdat het een plant is dat wil zeggen net als en samen met het paard geëvolueerd is? Net als het paard heeft ook zijn voeding een lange evolutie achter de rug. Mij lijkt het daarom verstandiger om naar het totaalplaatje te kijken.

Kan er door de dagelijkse gift van een mineralenbrok naast het nodige ruwvoer ook niet een overschot ontstaan? Zou dit overschot niet ook een bron van de welvaartsziekten (bijvoorbeeld zomerexceem, insulineresistentie en EMS) kunnen zijn? Vooral omdat samenstellingen van natuurlijke voeding per seizoen verschillen. In de winter is het aanbod veel schraler en zullen de paarden hun reserves moeten aanspreken. Deze schommelingen komen niet voor als je het hele jaar door een mineralenbrok bij voert.

Ik heb erg het gevoel dat we bang worden gemaakt voor tekorten. Als je je verdiept in de mineralen die in de planten voorkomen die je als ruwvoer aan je paard kan voeren zie je dat daar heel veel inzit. Zowel in de verse vorm als in de gedroogde vorm. Mijn paarden hebben naast gevarieerd ruwvoer altijd toegang tot een mineralenbar naar het idee van Academia Liberti. Lees hier verder Voeding.

Mijn gevoel en mijn ervaring zeggen dat ik beter tijd en energie kan steken in het zorgen voor een gevarieerd ruwvoer aanbod. Ook heb ik meer vertrouwen in het eetinstinct van mijn paarden dan in een laboratorium dat denkt te weten wat paarden zouden moeten eten.

Bronnen:
Groot handboek geneeskrachtige planten 7de druk, Dr. Geert Verhelst
Natural horse care, Pat Coleby
Artgerechte Pferdefütterung, Maksida Vogt
AL Mineralbar – was muss man darüber wissen?

2 gedachten over “Evolutie zonder mineralenbrokken

  1. Smalle weegbree, tijdens de ene periode zeer veel gegeten door Quib en andere periode straal genegeerd. Ook bij brandnetel duidelijk verschil. Ze eten het hier nooit vers maar wel na het maaien. Maar ook daar, de ene keer is het de volgende dag allemaal op en de andere keer ligt het meerdere dagen en zie ik het langzaam minder worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *